Een tentoonstelling openen is heel bijzonder. Ik voel me hier heel koninginnelijk en dank jullie daarom voor deze uitnodiging. Deze tentoonstelling toont karikaturen uit de Eerste Wereldoorlog. Vol woede, vol wanhoop, vol afschuw en grimmige humor. Ik ben geen kunsthistoricus zoals de studenten die deze tentoonstelling hebben gemaakt, maar de sfeer doet denken aan die van Weense schilders als Schiele en Kokoschka.
Neem deze tekening van Duitsland dat aan Nederland om toenadering vraagt. Daar staat een Blauwbaard, met een afzichtelijke bierbuik, hij is een kwijlende lustmoordenaar- achter hem hangen zijn dode vrouwen. De Nederlandse maagd is een puur, onschuldig meisje, natuurlijk, en geen koloniale macht, geen land dat oorlogswinsten maakte. Een en al schijnheiligheid, en daar richt deze karikatuur zich tegen.De woede over deze oorlog waarin landen tegen elkaar vochten, leidde later tot de eerste Europese beweging, want dat er beter moest worden samengewerkt om deze waanzin te voorkomen werd glashelder in de loopgraven van Verdun. De drang de maatschappij ingrijpend te veranderen, al dat revolutionaire idealisme van de jaren tussen de twee wereldoorlogen, fascisme en stalinisme, de twee ideologische monsters van de twintigste eeuw, ze zijn niet goed te begrijpen zonder de beelden van de verschrikking van de eerste wereldoorlog. De grimmigheid van de karikaturen van 1915 - hoe zou een karikatuur er nu uitzien met dezelfde grimmigheid?
Ik heb er twee bedacht.De eerste toont Bush, de Paus en Bin Laden. Ze zitten met dikke buiken om een tafel,waar een grote taart op staat waar al grote delen uit zijn gesneden. Op de taart staan twee wankele bordjes "rechtstaat" en "persvrijheid." De titel van de tekening is "Coalition of the willing." De tweede karikatuur toont Rita Verdonk en Ayaan Hirsi Ali. Ze hebben T-shirts aan met cartoons van de profeet Mohammed. Ze sleuren het Kosovaarse meisje Taïda uit de schoolbanken, duwen een rechter opzij en roepen naar de boze Groningers:"Jullie hebben niets van vrijheid begrepen." Schijnheiligheid alom. Het is schijnheilig om wel uit naam van de democratie de vrijheid op te eisen anderen te beledigen, maar daarnaast niet te eisen dat de rechtstaat beschermd wordt en de mensenrechten van elk mens. Guantanamo accepteren, maar tegelijkertijd radicale moslems verwijten dat ze niets van de rechtstaat begrijpen, dat gaat niet.
Het is schijnheilig om wel hier in Europa de totale vrijheid op te eisen, inclusief de vrijheid om bot te zijn en tactloos, maar niet tegelijkertijd de democraten te steunen die in Arabische landen in de grootst mogelijke problemen zitten. Deze cartoonoorlog is opnieuw een dankbare aanleiding voor allerlei regimes om de persvrijheid nog meer onder druk te zetten. In Jordanië, waar twee redacteuren, Jihad Momani en Hisham Al Khalid, met gevangenisstraf bedreigd worden omdat ze de Deense cartoons afdrukten.
Zelf maak ik me sterk voor de verdediging van de vrijheid van de Algerijnse cartoonist Dilem, die in zijn land opgeteld zes jaar gevangenisstraf kan krijgen vanwege een aantal cartoons dat het regime daar niet bevielen. Wie steunt deze democraten? Het zou welkom zijn en beter dan de minachting waarmee wordt gezegd dat Islam en democratie niet met elkaar te verenigen zijn. Algerije heeft een grote gasbel. De Arabische landen hebben olie. Dus houden we onze mond. Dat is een bittere constatering voor de echte democraten die daar moeizaam, half of heel illegaal proberen de informatiekanalen open te houden.
Verbazend is de schijnheiligheid niet. Er is een wereldwijde coalitie tegen persvrijheid. Bush controleert de media met spindoctors en embedded journalism. De Paus sloot zich samen met hem razendsnel aan bij de kritiek op de Deense Mohammed-cartoons. Ook in Europa klinkt de roep om "gedragscodes" die grenzen moeten stellen aan de persvrijheid.Eurocommissaris Frattini, een conservatieve Italiaan, mompelde er iets over en trok dat snel weer in toen hij de wind van voren kreeg van zijn collega's. De voorzitter van het Europees Parlement, Borrell, vond ook dat er een gedragscode moest komen.Onze eigen PvdA-voorzitter wil ook een gedragscode, maar dat niet vanwege de cartoons. Michiel van Hulten ergert zich aan de verhouding tussen pers en politiek in Den Haag, waar inderdaad veel kritiek op mogelijk is - daar heeft hij gelijk in. Maar hij wil onder meer dat journalisten afspreken om politici alleen nog integraal te citeren. Dat is geen goed idee, het zou de politiek een ontoelaatbare macht geven over de media. De media zouden trouwens wanstaltig saai worden van deze machtsgreep van de politiek over de vrije pers.Gedragscodes voor journalisten bestaan al. De strafwet stelt de wettelijke grenzen- geen belediging, geen aanzetten tot haat, geen laster. En binnen dat kader heeft de Internationale Federatie van Journalisten heeft een gedragscode sinds 1954, die door de meeste media in de wereld is overgenomen. Hoor en wederhoor, verifieerbare informatie, onafhankelijke berichtgeving, het staat er allemaal in. De beroepsethiek wordt elke dag op de proef gesteld, elke dag maken journalisten ethische keuzes. Uit mijn eigen ervaring van twintig jaar journalistiek kan ik drie voorbeelden noemen,over oorlogsverslaggeving, over racisme en over langdradige politici.
1. Ik heb in oorlogsgebieden beelden gezien die ik zelf nooit vergeet, maar die niet aan anderen te vertellen zijn. Ze zijn te schokkend, te smerig, te verschrikkelijk.Misschien dragen media ertoe bij dat oorlogen langer duren, want door de beelden te filteren, door alleen aanvaardbare horror te tonen, blijft het publiek denken dat het wel meevalt.
2. Ik heb de vader van een Franse jongen die in Guantanamo vast zat geïnterviewd.De man bleek een radicale imam, een aanhanger van Bin Laden die volgens hem geen enkel onschuldig slachtoffer op zijn geweten had. En 11/9? Nee, de aanval op de Twin Towers was, zei hij, een complot. Voor de vorm vroeg ik nog even wie dat complot op zijn geweten had. En ja, toen volgde een tirade tegen de Joden. De meest agressieve antisemitische uitspraken kreeg ik voor de microfoon. Dat heb ik niet allemaal uitgezonden. Ik heb ze omschreven, omdat ik geen doorgeefluik van dit soort taal wil zijn, van uitspraken die haat zaaien.
3. Ik heb te vaak politici geïnterviewd die zichzelf graag horen spreken - je hoort het nu ook aan mij - met eindeloze uitwijdingen. Die kun je niet ongelimiteerd het woord geven. Je moet ze inkorten, coherenter maken, begrijpelijk. Ze worden daarmee tegen zichzelf beschermd. En het publiek wordt tegen hen beschermd. In deze drie voorbeelden is de journalist degene die de wereld met een barmhartige blik beziet, vanuit het humanisme waaruit de journalistiek zelf in de 19e eeuw is voortgekomen. Humanisme - respect voor elk individu - is inherent aan het vak, ethische keuzes zijn er elke dag. Cartoonisten maken deze keuzes ook, maar het hoort bij het genre dat het altijd de grenzen opzoekt van wat we betamelijk noemen.
Fatsoen, betamelijkheid: het zijn sociale constructen, afspraken die we in de samenleving met elkaar maken en die altijd ter discussie gesteld worden. Cartoons doorbreken taboes en grenzen en zijn daarin onmisbaar, maar juist door grenzen te doorbreken bevestigen ze ook dat er grenzen zijn, zelfs al verschuiven die voortdurend in het open debat van een democratische, vrije samenleving. Alle fanatici, alle fundamentalisten haten die vrijheid.Die grenzen van het betamelijke in de wet willen vastleggen of in gedragscodes is alsof je de geest in de houdgreep neemt. Gewetenspolitie is middeleeuws en geeft religie de macht over wat wel en niet gezegd mag worden. Bush wil dat graag, Bin Laden, de Paus, je kunt er allerlei rabbijnen en dominees aan toevoegen - maar het is onaanvaardbaar. Het Nederlandse wetsartikel tegen godslastering, tegen blasfemie, moet daarom zo snel mogelijk worden afgeschaft.Het is opvallend dat binnen Europa de reacties van Europese moslims zo gematigd was.
Het heeft de Deense Imams veel moeite gekost om opwinding te ontketenen over de Mohammed-cartoons.Dat toont aan hoe de Islam gaandeweg en onstuitbaar europeaniseert. Juist daarom zijn de fundamentalisten zo agressief: ze staan met de rug tegen de muur. Dat lijkt niet zo, omdat ze diepe, heftige gevoelens van frustratie, van vernedering kunnen misbruiken die leven onder de bevolkingen van Arabische landen. Maar de ouders in Karachi zouden hun kinderen, als dat kon, veel liever naar een gewone school sturen in plaats van naar een Koranschool. Dan zaten de imams zonder werk. Ayaan Hirsi Ali voert een strijd die niet meer verloren kan worden.
De karikaturen die hier in dit letterengebouw worden getoond komen uit de Nieuwe Amsterdammer, het roemruchte, radicale blad van Henri Wiessing. Dat was een afsplitsing van de Amsterdammer. Ik heb een oude binding met die oudere, iets bedaagder Amsterdammer,die nu de Groene heet - het was het eerste weekblad waarin ik in 1985 een artikel publiceerde, dankzij Max Arian die hier in de zaal staat. Vrijheid vraagt om verantwoordelijkheidsgevoel. Dat kan zich alleen in zo groot mogelijke vrijheid ontwikkelen. De Nieuwe Amsterdammer baande de weg naar die vrijheid, een eeuw geleden met een radicaliteit en een scherpte van analyse waar we nu nog van kunnen leren. Het is daarom heel goed dat er juist nu een tentoonstelling over de antioorlog karikaturen van 1915 te zien is.