Rijden er straks weer trams in de stad?
Voor iedereen die met een auto de stad in of uit gaat is het duidelijk, het wordt steeds drukker. En het loopt zo onderhand vast. Waren vroeger files een probleem voor het Westen waar de Noorderling hoofdschuddend kennis van nam, tegenwoordig rijden we ’s ochtends en ’s avonds om een uur of 5 de stad alleen nog stapvoets in of uit. En dat in fietsstad Groningen! Het wordt zo druk dat de raad tot de conclusie is gekomen dat er iets moet gebeuren. Zoveel mogelijk mensen moeten naar de stad kunnen komen, maar niet met steeds meer auto’s. Want als de groei van het aantal auto’s doorgaat, kunnen we over een paar jaar de stad écht niet meer in of uit. Dat fileprobleem zal dan ook onze economie negatief gaan beïnvloeden. We moeten dus zorgen voor een alternatief. Dat alternatief zal door een vorm van openbaar vervoer geboden moeten worden.
door
Arjan de Rooij en Jan Spakman
Fractieleden
Om mensen uit de auto en in het openbaar vervoer te krijgen, moet je wel een goed en verleidelijk openbaar vervoersysteem hebben. Vroegen reden er trams in de stad, en daarna trolleybussen. Die twee systemen zijn verdwenen en we werken nu alleen nog met bussen.
Bussen zijn mooie dingen. Je kunt er behoorlijk veel mensen in vervoeren en dat scheelt auto’s. Bovendien zijn de nieuwe bussen mooi en ook toegankelijk voor mensen met een handicap. Natuurlijk zijn er altijd klachten over de dienstregeling en het bereik van bussen maar over het algemeen konden we er tevreden mee zijn.
Maar het busvervoer zal niet in staat zijn de groei van het aantal auto’s te remmen. Veel automobilisten vinden de bus gewoon geen aantrekkelijk alternatief. En eigenlijk is dat maar goed ook want als iedere automobilist met de bus zou gaan, zou een constante stroom bussen de binnenstad verstoppen. Elke minuut zou er een bus of vijf bij de Grote Markt staan. De file zou dan gevormd worden door bussen en niet door auto’s. Bovendien blijkt dat de bus, ook de lange gelede bus, onvoldoende capaciteit levert om aan de toekomstige vraag te voldoen. Dat geldt ook voor de trolley’s: er kunnen gewoon te weinig mensen in.
Het enige systeem dat wel voldoet voor een stad met de omvang, werkgelegenheid en voorzieningniveau als Groningen, is de tram. Maar wat voor tram dan? Wat zijn daarvan de mogelijkheden? Om die vragen te beantwoorden heeft de gemeenteraad op verzoek van de PvdA-fractie een studiereis naar Gouda, Gent, Valenciennes en Antwerpen georganiseerd. Leden van de raad en van de Provinciale Staten kregen zo de mogelijkheid om met eigen ogen de varianten te bekijken. Ook konden ze vragen stellen aan mensen die verantwoordelijk waren voor de keuze, de aanleg en het onderhoud van de systemen.
De tijd heeft voor de trams beslist niet stilgestaan. Er is veel veranderd. Het oude trammetje dat gillend en piepend de bocht om kwam zetten wordt lang niet overal meer gebruikt. Nieuwe trams hebben een lage instap, zijn geluidsarm, fraai vormgegeven. Ze hebben grote ramen en kunnen vreselijk snel. In- en uitstapplaatsen zijn mooi, licht en comfortabel. Bovendien zijn er tegenwoordig systemen die het mogelijk maken de tram in te zetten in de regio. Het is goed mogelijk om op relatief kortere afstand (een kilometer of 40) de lichtere tram het werk te laten doen van de zwaardere trein. Het is dus mogelijk om, bijvoorbeeld, in Zuidhorn op de tram te stappen, en op Grote Markt er weer uit te stappen. Vanuit Hoogezand met de tram naar het UMCG, van Vries naar Zernike.
Als die mogelijkheid er is, wordt het wel heel aantrekkelijk om de auto te laten staan. Geen files, geen parkeergeld. En het gaat waarschijnlijk sneller. Kortom het lijkt een goede oplossing voor de toekomst te kunnen zijn. Maar, het kost wel veel geld. En het vraagt ook veel organisatie. Wie legt de rails aan? Wie betaalt dat? Wie beheert de rails, welke club koopt en onderhoudt de trams? Doet de provincie mee? En de omringende gemeentes? Hoe zit het met Drenthe en Friesland?
Een heleboel vragen waar we niet langer om heen kunnen. Wij denken dat we snel samen met andere partijen (provincies, gemeenten, rijk) om de tafel moeten gaan zitten om met elkaar te proberen de Stad en de Ommelanden te behoeden voor een verkeersinfarct.