Op de ledenvergadering van 8 november in Groningen is de zogeheten motie 3 aangenomen van de werkgroep Internationaal. De motie behelst, kort gezegd, dat we alleen moeten blijven, als we in staat zijn de bezetting van 1600 naar 2500 militairen uit te breiden. Ter vergadering werd gezegd, dat dit exclusief de 900 Australische soldaten die er al zijn. Kortom: er moeten 3400 soldaten naar Uruzgan. Dat hoeven niet alleen Nederlandse soldaten te zijn. Of de 200 Georgische soldaten en 80 Franse trainers erbij mochten worden opgeteld, werd niet duidelijk.
Solidariteit
De kern van de discussie leek over de vraag te gaan of we de Afghanen, en in het bijzonder de Afghanen in Uruzgan wilden helpen. Het woord solidariteit en internationale solidariteit viel regelmatig. Het lukte tegenstanders van voortzetting van de missie niet om de discussie te laten gaan over wat volgens hen de kern is: is er kans op succes? Misschien werd het wat te scherp gebracht. De geschiedenis leert, zeiden ze, dat er nog nooit een vreemd leger er in is geslaagd om een guerrilla oorlog op een voor de PvdA aanvaardbare wijze te winnen. Guerrilla oorlogen zijn alleen door reguliere legers (tijdelijk) gewonnen door keiharde repressie, zoals Van Heutz in Atjeh en Stalin in Tetsjenië. De bewering, dat er geen kans op succes is, lijkt volgens tegenstanders van voortzetting op een ongewenste waarheid. Daar werd door niemand op ingegaan.
De stemming liet zien, dat een grote minderheid voor terugtrekking is. De meerderheid nam een motie aan met een harde eis, die onhaalbaar lijkt.
Jan R. Lunsing
Voor inzage in afgewezen en aangenomen moties, zie downloads.