Minister Eberhard van der Laan (PvdA) presenteerde op de Gewestelijke Vergadering van 14 november in Winschoten het Actieplan Bevolkingsdaling. Het actieplan is een breuk met het oude beleid, waar alle aandacht naar de grote steden ging. Van der Laan was zijn politieke carrière begonnen onder Jan Schaeffer. In die tijd liepen de grote steden leeg en dreigden wijken te verloederen. Schaeffer bracht daar lijn in, door het wijkvernieuwingsbeleid te ontwikkelen. Dit wijkvernieuwingsbeleid is mede betaald door de middelgrote steden en de dorpen op het platteland.
Nu er in Nederland in bepaalde gebieden krimp dreigt (er wordt gezocht naar een mooier woord), wordt het tijd dat de steden, die nu weer groeien, betalen om te helpen de problemen op het platteland op te lossen. Het gevaar bestaat, dat op een bepaalde woningmarkt de prijzen niet lager worden, maar ineenstorten, doordat de volledige vraag verdwijnt. Er is beleid voor nodig om dat te voorkomen.
Zoals Van der Laan aangaf, als je dat niet doet, kom je aan het spaargeld van mensen die daarin wonen. Zij hebben jaren hypotheek betaald, met het idee er later het pensioen mee aan te vullen. Als je je huis niet meer kan verkopen, ontstaan schrijnende situaties.
Van der Laan is van mening, dat de oplossing geld kost. Hij is erin geslaagd om tegen de trend van bezuinigingen in, een pot van 31 miljoen te vormen, waarmee een begin van het beleid van de grond kan komen. Maar het gaat niet alleen om geld. Zoals gedeputeerde Pim de Bruijne (PvdA) en burgemeester Ab Meijerman ook aangaven, gemeenten moeten elkaar niet kapot concurreren. Niet allemaal bouwen, in de hoop nog bewoners voor die woningen te krijgen, want dan gaat het mis. Er is bestuurlijke samenwerking voor nodig. Pim de Bruijne gaf aan, dat de PvdA in Groningen dat aardig voor elkaar heeft gekregen. Er zijn honderden woningen minder gebouwd. Maar het werk is niet af. De samenwerking blijft hard nodig en hij gaf aan blij te zijn met de 31 miljoen, maar benadrukte dat hij het met Eberhard van der Laan eens was, dat dit geld een goed begin is, maar ook niet meer dan een begin.
verslag Jan R. Lunsing