PvdA Groningen, Lijst 1

Groningen sterk en sociaal

Jan-Spakman.jpg

Inteview met een raadslid: Jan Spakman

 

 door
Peter Oostenbach
redactielid

 

 

Toen Jan in de raad kwam heeft hij eerst moeten wennen aan wat hij `het ritme van de raad` noemt. "Wanneer moet je wat doen, en hoe doe je dat."

Daar leer je niet uit een boekje of door een cursus te volgen. Dat kun je je alleen eigen maken door het gewoon te doen. En dat kost veel tijd. Maar in het begin gaat zoiets stroef. In 2006 was 2/3 van de fractie nieuw en daar hebben we lang last van gehad.

Zelf koos hij een ervaren raadslid als mentor, "een niet bestaande functie die wel nodig is", en die keuze heeft hem goed geholpen op gang te komen. Zijn motivatie om dit werk te doen ligt in de universele waarden van de sociaal democratie: vrijheid solidariteit, en voor hem persoonlijk de noodzaak van duurzame ontwikkeling.

Hij wil in de raad wat betekenen voor de burgers en voor dat abstracte organisme dat we “Stad” noemen. Nu zegt hij daarover: "Raadswerk kost fors tijd, maar als het goed is krijg je er meer energie uit dan je erin stopt." Ik geloof dat hij gelijk heeft, anders lijkt het me niet te doen.

 

We praten verder over de rollen van een raadslid.

Een van de rollen van een raadslid is ombudsman te zijn voor de burger, dan kun je door te praten met de diverse partijen het belang van een burger in de plannen van de gemeente opgenomen krijgen. "Je leert aanvoelen wat je voor een burger kunt doen en wat niet. In het laatste geval is het lastig, je moet ook dan eerlijk en open zijn tegen mensen, en hen soms vertellen dat je waarschijnlijk niets voor hen kunt doen, omdat de voorgenomen plannen, met in achtneming van zorgvuldigheid en in het stedelijk belang, door de Partij van de Arbeid gesteund worden. En dat er heel wat moet gebeuren voor je gaat bezien of de plannen gewijzigd kunnen worden."

 

Een andere rol van een raadslid is het aangeven van kaders. Deze komen tot stand door te praten in de fractie en in de werkgroepen. Een voorbeeld is het tot stand komen van de parkeernota. Het uitgangspunt is dat er anders gedacht moet gaan worden over het parkeren in de stad, want zoals het nu gaat kunnen we het niet volhouden. Daarover spreekt men vervolgens met verschillende belanghebbenden en met deskundigen en ambtenaren. Zo wordt het inzicht in de materie vergroot en komt men tot een standpunt dat de fractie durft te verdedigen. Als dit standpunt anders is dan het college dan wordt daarover met de betreffende wethouder gesproken, en zoekt men samen naar een adequate oplossing. Zo is een fractiellid kaderstellend bezig. "Wij zijn de baas van het college, wij stellen de kaders, namens de burgers. Wir sind das Volk!"

 

Daarnaast is er nog de controlerende rol waarin de raad erop toe ziet dat het college zijn gedane beloftes nakomt. Dit uit zich door bij de jaarrekening niet alleen naar de bedragen te kijken, maar vooral naar het beleid. Is er uitgevoerd wat uitgevoerd zou worden, en waaraan is het geld besteed. Het gaat hier om zo'n miljard euro per jaar. Als raad en fractie wil men weten of het uitgevoerde beleid ook heeft opgeleverd wat er verwacht is. En dat is goed te meten. Er is een stadsmonitor, waarin indicatoren voor verschillende sectoren staan. Hieraan is al goed te zien of het beleid heeft gewerkt. Ook de rekenkamer is een middel om te kijken of het beleid effectief is. Deze voert een paar keer per jaar een onderzoek uit en de raad bepaalt waarover dat onderzoek moet gaan. Er is net een onderzoek over erfpacht geweest. "De vraagstelling was mij in dit geval te politiek, deze was gericht op de wens van de rechtse partijen om erfpacht af te schaffen. Terwijl erfpacht alles heeft te maken met grondpolitiek, met publieke sturing op publieke middelen. Daar kun je niet door een louter financieel-economische bril naar kijken. Wél hebben we het rapport gebruikt om een aantal praktische uitvoeringszaken rondom erfpacht beter te regelen. Dat is winst”

 

"Als fractie en als raadslid werk je samen met de wethouders, maar als het nodig is prevaleert de verantwoordelijkheid van het raadslid." stelt Jan om aan te geven, dat samenwerken een middel is maar dat ieder zijn eigen verantwoordelijkheid heeft. "Te weinig maken we gebruik van de kracht en macht van de media, en we zijn nog wel eens te lief voor andere partijen. We bedrijven te weinig politiek, zeker in tijden van verkiezingen." De fractie mag wat Jan betreft meer kleur uitstralen in de komende periode. Hij is blij met de huidige ploeg, die snel tot een standpunt kan komen als het moet, die efficiënt vergadert, en bilateraal overlegt als dit opportuun is. Het klinkt als een schouderklop voor zijn collega's, zouden we vaker moeten doen.

Jan ziet veel vernieuwing op de lijst en dat is leuk maar ook zorgelijk. Hij wijst erop dat de start vier jaar geleden juist door vernieuwing moeizaam is verlopen. De fractie draaide toen langere tijd niet sterk, los van de individuele capaciteiten. "Onervarenheid van de nieuwe fractie is een zorg," zegt hij. Vernieuwing is op zichzelf nooit een doel, hooguit een middel "Want Je wilt een sterke fractie, daar gaat het om. Ook in de eerste jaren van een raadsperiode. Dat is het belang van de PvdA en van de Stad".

 

In zijn eerste periode houdt hij zich bezig de dossiers "ruimte en wonen" , "verkeer en beheer" en "milieu / duurzame ontwikkeling".

Voor een volgende periode vindt hij dat er sterker moet worden ingezet op duurzame (economische) ontwikkeling. "Het huidige college heeft met weinig middelen het optimaal gedaan. Een half miljoen euro per jaar voor duurzame ontwikkeling vind ik heel weinig. Daarvoor weten we als gemeente wel heel veel te doen. Toch moet er meer gebeuren, duurzame ontwikkeling is geen luxe. Alsof het een extra is, een add-on, zoals lekker veel isolatie in een school of een groen dak op een dienstgebouw. Met altijd de nadruk op de extra kosten. Dat is de verkeerde denkwijze. Dat moet anders. Wij moeten kijken naar de extra kwaliteit die dit meebrengt, voor nu maar ook voor volgende generaties."

En tot slot gaat het over de mensen en hun leven. "Economie is erg belangrijk, vooral vanuit het belang van perspectief voor mensen. Echt sociaal beleid zet vooral daar op in. Niets emancipeert beter dan het hebben of kunnen vinden van werk. Ik vind dat je ondernemers daar ook ruiterlijk in moet waarderen. Daar zouden we sterker moeten laten zien dat we een Partij van de Arbeid zijn."

 

 

 

 

Top 5 gelezen februari 2012
102 Werkbezoek 2e Kamerfractie en Statenfractie aan de gemeente Vlagtwedde
74 Piet Boekhoudt
68 Met 200 banenplan snijdt mes aan twee kanten
60 Hans Spekman winnaar ledenraadpleging
58 Gewestelijk bestuur

U kunt hier uw mening geven op dit artikel. Deze mening wordt direct gepubliceerd op de website, maar wij behouden ons het recht voor om reacties te bewerken of te verwijderen.

Uw naam
E-mailadres
Uw reactie