“Je moet vaststellen dat we twee of drie zetels verdienen door onze lokale politiek. Daarnaast zoek en kijk je naar die factoren die van invloed zijn geweest. Als je dat doet dan heb ik mijn twijfels bij de uitslag en dan vind ik had het meer zetels moeten zijn. Kijk naar stemburo's en opkomst dan zie je dat door de lage opkomst in wijken als Beijum, Lewenborg verlies leiden.”
Ik werp tegen dat de lage opkomst in het tijdsbeeld past, en dat alle partijen daar last van hebben. Wordt dit niet veroorzaakt door de kloof tussen politiek en burger?
“Een lage opkomst heeft niets te maken met een zogenaamde kloof tussen burger en politiek, dat is onzin. Die kloof bestaat niet. De politicus is zeer benaderbaar, maar daar wordt vaak geen gebruik van gemaakt. Natuurlijk neem je burgers serieus , daarnaast kan tegenwoordig elke burger alles horen en weten over de lokale politiek. Wat je je moet afvragen is of er interesse is voor de politiek. Dat is vaak niet het geval. Daar waar het goed gaat, hoeft de burger zich niet druk te maken. Bovendien vindt een deel van de burgers in onze samenleving politiek niet interessant, dat deel komt alleen in beweging als er iets aan onrust is, als er een tegenstem wordt georganiseerd, als het om directe dingen gaat, zoals de speeltuin in de wijk. Politiek is niet hot, zo simpel is dat.”
En nu?
“Wat wij moeten doen is de burgerparticipatie veel beter regelen.Vroeger had de PvdA een soort ombudsfunctie, als er wat aan de hand was kwam de burger automatisch bij de PvdA terecht. Die functie zijn we kwijt geraakt, en heeft de SP voor een groot gedeelte overgenomen. Die functie moeten we terug zien te halen, door op het moment dat je iets voor deze stad bedenkt, er in een veel vroeger stadium mee naar de burger te gaan. Dat wil niet zeggen dat we alles gaan doen wat de burger vindt, maar wel dat de burger in een veel eerder stadium invloed krijgt. Op deze wijze krijg je weer gevoel terug in de politiek. Je doet het tenslotte voor de mensen, daar moet je beginnen.”
“Dat is een van redenen waarom ik weer politiek ben gaan bedrijven. Dit aspect wilde ik terug brengen.
We hebben een fantastisch verkiezingsprogramma, we hebben goede mensen, die ook om deze redenen in de politiek zijn gegaan. We leven in een andere tijd. Die vergt een andere politiek en daarom heb je andere mensen nodig. En ons doel is de verbinding met burger en maatschappij weer de maken.”
We hebben nu elf mensen, 9 raadsleden en 2 wethouders, waarvan vier oud gedienden in het stadsbestuur. Is dat wel een goede verdeling, zo weinig ervaring in de fractie?
“Ik denk dat het meevalt. We hebben daar in ieder geval rekening meegehouden. Er zitten in de fractie mensen die kwaliteit hebben en die de nieuwe tijd beter begrijpen.”
Hoe is dat dan getoetst en vastgesteld?
“We hebben een aantal gesprekken gehad met de kandidaten, in verschillende commissies van drie, zodat je een beter beeld van de kandidaten krijgt. Met onze vragen hebben we er bewust rekening meegehouden. We hebben getoetst, hoe de mensen staan ten op zichtte van de Sociaal Democratie, wat hen drijft om de gemeentepolitiek in te gaan, en wat ze denken daarin zelf te kunnen betekenen. Vervolgens zijn we dieper doorgegaan op hun beweegredenen. We hebben nu een mix van mensen die hebben leren omgaan met de huidige maatschappij, een maatschappij die een politiek vergt van veel beter weten wat er speelt en vervolgens van daaruit handelen”.
“Naast een fantastisch programma hebben we ook nog een fantastische nieuwe wethouder, Elly. Ze komt niet echt uit de vezels van de partij, maar ze denkt heel erg mee en staat heel erg open voor wat op haar afkomt. Elly absorbeert dat en vertaalt dat naar sociaal democratische oplossingen. Bij oude stijl bestuurders zie je, dat ze minder een open oor voor de samenleving hebben.”
Hoe ga je dit proces in de gaten houden?
“Ik heb tegen mijn bestuursleden gezegd we gaan dit proces in, en dat volbreng je niet in een jaar. Dus we moeten dat als bestuur nauwlettend in de gaten houden. Ik zie de fractie als ons eerste elftal, die moeten het uitvoeren. Je moet ze niet voor de voeten lopen, maar als bestuur moeten we alles kritisch volgen en daar waar we denken dat het niet goed gaat, moeten we opmerkingen maken. Zo gaan we weer eenmaal in de 14 dagen pandjes-overleg houden met de wethouders, de fractieleiding en de leiding van het afdelingsbestuur. In dit overleg wordt de voortgang bijgehouden en houden we het proces met zijn allen in de gaten houden, in alle openheid. We zullen de agenda bespreken en als er interessante punten zijn, dan wil ik daarover met de afdeling discussiëren, voordat het onderwerp in de fractie is geweest. De afdelingsvergadering wordt op deze manier spannender, en hopelijk ervaren mensen het weer als inspirerend om naar onze afdelingsvergadering te komen.”
Hoelang blijf je nog voorzitter?
“Nu eerst weer voor twee jaar. Er volgt nu een periode van relatieve rust. Ik kan me dus meer gaan bezig houden met de structuur van de afdeling. Ik vind dat er nog veel te weinig leden actief zijn. Ik streef ernaar dat leden doorkrijgen dat er wat te halen is op de ALV. Bij een afdeling heb je enerzijds de politieke lijn, bestaande uit programma, college, en fractie. Die lijn ligt er nu, daar moeten we niet doorheen gaan lopen, anderzijds is er de vereniging, daar moeten we nu veel tijd aan gaan besteden.”
“Tijdens de campagne waren zo’n 80 tot 100 leden actief. Bij de werkgroep werk en inkomen zijn meer dan 30 geinterreseerden. We hebben een actieve afdeling, met ook veel jongere mensen. Maar let op, ook sommige jonge mensen zijn aartsconservatief.”
“Oude politiek met nieuwe politiek verbinden en zorgen dat politiek weer interressant wordt. Burgers in staat stellen actief te worden in onze partij, dat is mijn uitdaging.”
Piet verteld over waarom hij weer actief werd in de PvdA.
“Ik zat thuis en zag mijn partij afglijden. Ik dacht: ik kan thuis blijven zitten of ik ga me er weer mee bemoeien en proberen te veranderen wat me niet aanstaat. Op het pand kwam ik een aantal jonge socialisten tegen, en tegen hen heb ik gezegd, jullie moeten het doen. Toen hebben we een deal gemaakt, en gezegd jongens we trekken samen op.”
Over zichzelf en zijn omgang met anderen zegt hij vervolgens:
“Ik ben wat ongeduldig, processen duren lang maar ik vind dat we al veel bereikt hebben. Maar het zou wat sneller mogen, het moet bij iedereen tussen de oren. Ik bedoel dingen nooit persoonlijk, de partij is mijn drijfveer en het gaat altijd over personen die namens de partij optreden. We gaan met iedereen uiterst zorgvuldig om maar soms heb je andere kwaliteiten nodig, dus ook andere mensen. Dat is dan geen diskwalificatie van de voorganger, maar soms vertalen mensen het toch naar zichzelf, en dat is dan jammer, en niet altijd te vermijden.”
Tot slot merkt Piet op: “Nu halen we soms stelselmatig de solidariteit uit de samenleving. Dat moeten we niet doen want het is de basis van onze maatschappij. Daar proberen we als sociaal democraten wat aan te doen, maar de uitkomst is niet gegarandeerd.”
En zo is het!