door
Marjo van Dijken,Kamerlid
Eind jaren tachtig wisten we het al: de politiek moest toegankelijker en dichter naar de burger. Ook het afdelingsbestuur ( waarin ik toen zat) brak zich het hoofd over het “hoe” - over het waarom waren we het wel eens. Naast allerhande wijkbezoeken verzonnen we de ‘koffieochtend”: elke eerste zaterdag van de maand ontvingen we binnenstadsbezoekers ( en uiteraard ieder ander die wilde of de noodzaak voelde) tussen 11 en 1 in Ons Pand. De eerste jaren deelden we, met de zeer gewaardeerde inzet ook van de JS, bonnen uit in de binnenstad. Koffie met koek en desgewenst een persoonlijk gesprek met politici uit Raad en Staten of met iemand van het AB. Het zat regelmatig bomvol: gratis koffie met koek bleek een prima “lokkertje”, en gezellig was het ook. En nee: niet altijd gingen er zware politieke beschouwingen of problemen over tafel, maar het contact met de burger was er wel!
Toen ik zelf vanaf 1994 deel uitmaakte van de Gemeenteraad was de animo uit de afdeling voor de maandelijkse openstelling van Ons Pand al aan het afnemen, maar ik sta niet voor niets bekend als een doorzettertje natuurlijk: als het rouleren voor de personele bezetting problematisch werd deed ik het wel zelf. Met de bonnen zijn we op zeker moment gestopt- ik durf niet te zeggen wanneer precies, maar het Spreekuur ging door, ook na mijn overstap naar de landelijke politiek in 2003. We hadden vaste klanten en een wisselend aantal bezoekers. De burger die zo’n behoefte had aan contact met “de Politiek” kwam niet massaal opzetten. Maar het blijft tevredenstellend als je door middel van het spreekuur tóch in staat bent iets te betekenen voor mensen, soms simpelweg door een verstoorde verbinding met de overheid te herstellen. En vergeet niet: er blijven altijd mensen die het moeilijk vinden hun probleem op schrift of telefonisch te communiceren! Dat er, door de spreekuurbezetting uit verschillende lagen van de Groninger politiek, ook een informeel contactmoment was vond ik altijd mooi meegenomen.
Doorslaggevend om door te gaan is voor mij altijd geweest dat ik een weerwoord had als we in campagnetijd de straten en pleinen rood kleurden en het verwijt kregen :”jaja, er komen zeker verkiezingen aan. Daarbuiten zien of horen we nooit wat van jullie”. Dan kon ik antwoorden dat wij elke eerste zaterdag van de maand voor iedereen klaarzaten, dat het prima is als mensen daar geen gebruik van maken, maar zeg niet dat we er niet zijn! Uiteraard weet ik donders goed dat zo’n spreekuur geen panacee is, dat je daarnaast nog op alle mogelijke manieren “open” moet staan en zijn, maar ik heb het altijd een goede en bruikbare aanvulling gevonden! Ik stop straks als Kamerlid, en het spreekuur stopt ook- het zij zo. Rest mij iedereen te bedanken die zijn/haar medewerking heeft verleend, met een extra compliment en dankjewel voor Jacqueline Kinds en Bertus Wubbels!
Tot ziens, waar en wanneer dan ook.