PvdA Groningen, Lijst 1

Groningen sterk en sociaal

Hoe is de Politiek en de Overheid in Nederland georganiseerd? Wat is de rol van de Provincie?

Politiek in Nederland vindt plaats binnen een parlementaire democratie, een constitutionele monarchie en een gedecentraliseerde eenheidsstaat. Nederland is een consensusdemocratie, waar de politieke instituties gericht zijn op een brede consensus tussen politieke actoren. Hierbij een overzicht "Van Grondwet tot Waterschappen". Dus ook aandacht voor de Provincie.

 

 

 

 

Grondwet

De Nederlandse grondwet beschrijft de voornaamste sociale en klassieke grondrechten van de Nederlandse burgers en de voornaamste politieke instituties.
 
De Grondwet van Nederland is alleen van toepassing op het Europese deel van het Koninkrijk der Nederlanden. Het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden heeft betrekking op het hele Koninkrijk, inclusief Aruba en de Nederlandse Antillen. Alhoewel Nederland geen grondwettelijk hof heeft en rechters wetten niet aan de grondwet mogen toetsen, kunnen rechters wetten wel aan internationale verdragen en het Statuut van het Koninkrijk toetsen en kunnen zij wetgeving die geen wet is (zoals Koninklijke besluiten of Algemene Plaatselijke Verordeningen) wel toetsen aan de grondwet.
 
Amendementen op de grondwet moeten twee maal door beide Kamers van de Staten-Generaal worden goedgekeurd. De eerste maal door een simpele meerderheid in beide Kamers. Vervolgens worden deze ontbonden en worden nieuwe verkiezingen gehouden en moeten beide Kamers de amendementen met een twee derde meerderheid aannemen.
 
Politieke instituties
 
De belangrijkste politieke instituties zijn de Koningin, het Kabinet, de Staten Generaal en het Rechtssysteem. Daarnaast zijn er drie Hoge Colleges van Staat die formeel even belangrijk zijn als de Staten-Generaal maar een minder politieke rol hebben, de belangrijkste hiervan is de Raad van State.
 
Andere decentrale overheden zijn Provincies, Gemeenten en Waterschappen. Alhoewel niet opgenomen in de grondwet, zijn politieke partijen en de sociale partners, verenigd in de Sociaal-Economische Raad, ook belangrijke politieke actoren.
 
Nederland heeft geen scheiding der machten in klassieke zin. Volgens de grondwet delen de Staten-Generaal en de Regering (Koningin en het Kabinet) samen de wetgevende macht. Daarnaast moet bij wetgeving advies gevraagd worden aan de Raad van State. De Uitvoerende macht ligt bij de regering. De rechterlijke macht is verdeeld over meerdere verschillende soorten rechtbanken. Voor burgerlijk recht en strafrecht is de Hoge Raad der Nederlanden de hoogste rechtbank, voor bestuursrecht is de Raad van State de hoogste rechtbank, waarvan de Koningin ex officio (ambtshalve) voorzitter is.
 
Koningin
 
Grondwettelijk is de koningin het staatshoofd en heeft zij een rol in de kabinetsformatie en het wetgevende proces. Zij moet elke wet ondertekenen om deze in werking te doen treden. Daarnaast is de koningin ex officio voorzitter van de Raad van State, die de overheid adviseert over wetgeving en de hoogste rechtbank op het gebied van bestuursrecht is.
 
De koningin speelt ook een belangrijke rol in het formatieproces of bij een kabinetscrisis. Zij benoemt na de verkiezingen op advies van de voorzitter van de Eerste en Tweede Kamer, de vicevoorzitter van de Raad van State en alle fractievoorzitters in de Tweede Kamer, de informateur en de formateur die de formatie van een nieuw kabinet voorzitten. Vervolgens benoemt ze de ministers. Als een kabinet is gevallen na een kabinetscrisis moet de minister-president bij de koningin om haar advies vragen.
 
Kabinet
 
De Nederlandse regering bestaat uit de koningin en de ministers. De rol van de koningin is beperkt tot de formatie en zij bemoeit zich niet met de dagelijkse politiek. Samen vormen de ministers de ministerraad, die het initiatief neemt tot wetten en beleid. Het vergadert iedere vrijdag in de Trêveszaal aan het Binnenhof. In principe is iedere minister hoofd van een ministerie, maar sinds 1939 is het mogelijk om een minister zonder portefeuille te benoemen.
 
Het kabinet bestaat uit alle ministers en staatssecretarissen. Staatssecretarissen nemen een deel van de portefeuille van een minister waar. Zij hebben geen stemrecht in de ministerraad en nemen slechts deel aan de beraadslagingen als zij daarvoor gevraagd worden.
De ministerraad neemt besluiten op basis van collegiaal bestuur, alle ministers inclusief de minister-president zijn elkaars gelijke. Achter de gesloten deuren van de Trêveszaal kunnen ministers vrij voorgestelde besluiten bespreken. Als er eenmaal een besluit is genomen zijn alle ministers hieraan gebonden en moeten zij het beleid publiekelijk steunen. De ministerraad tracht in principe op basis van consensus te beslissen. De ministerraad kan stemmen over besluiten.
 
Het kabinet is collectief verantwoording schuldig aan en moeten vertrouwen genieten van de Staten Generaal. Ministers en staatssecretarissen worden verwacht af te treden als een meerderheid in het parlement het vertrouwen opzegt in een minister. Het is niet mogelijk voor een minister of staatssecretaris om tegelijkertijd lid van de Staten-Generaal te zijn, behoudens een periode van drie maanden, direct na nieuwe verkiezingen. Veel ministers worden echter wel geselecteerd uit de fracties, zij moeten dan hun zetel opgeven.
 
De minister-president is de voorzitter van de ministerraad. Zijn officiële rol is om overheidsbeleid te coördineren. Daarnaast is hij minister van Algemene Zaken. De taak van dit kleine departement is de minister-president ondersteunen in zijn coördinerende rol en het communiceren van overheidsbesluiten. Het kantoor van de premier is het Torentje.
 
Staten-Generaal
 
Het Nederlandse parlement is de Staten-Generaal dat bestaat uit de Eerste en Tweede Kamer. Beide kamers moeten instemmen met wetgeving en kunnen ministers tot verantwoording roepen. De Tweede Kamer heeft daarnaast het recht van initiatief en van amendement. De Tweede Kamer neemt een belangrijkere rol in de politiek, dan de Eerste Kamer.
 
De Tweede Kamer heeft 150 leden en wordt eens in de vier jaar gekozen op basis van evenredige vertegenwoordiging op basis van kieslijsten van partijen. De Tweede Kamer komt drie dagen in de week bijeen (op dinsdag, woensdag en donderdag). De Eerste Kamer heeft 75 leden en wordt eens in de vier jaar via getrapte verkiezingen gekozen door leden van Provinciale Staten op basis van proportionele vertegenwoordiging. De Eerste Kamer wordt vaak gezien als de chambre de réflexion waar oud-politici wetgeving aan de grondwet toetsen, ver weg van de drukte van de dagelijkse politiek. De Eerste Kamer komt eens in de week bijeen (op dinsdag).
 
Ter controle van de regering mogen beide Kamers ministers ondervragen (het recht van interpellatie), zowel schriftelijk als mondeling. Ministers moeten de vragen van de Kamers beantwoorden. De Kamers mogen hun meningen uiten in de vorm van (niet-bindende) moties. En als de Kamers daar de noodzaak toe voelen, mogen zij uitgebreide onderzoeken uitvoeren met hoorzittingen (het recht van enquête).
 
Na de verkiezingen vormen kamerleden fracties bijna altijd op basis van de lijsten waarop ze gekozen zijn. De lijsttrekker wordt bijna altijd fractievoorzitter. Kamerleden worden op persoonlijke titel gekozen dus kunnen zij zich afsplitsen van hun fracties. Als een kamerlid de kamer verlaat wordt de volgende persoon op de lijst waarop hij initieel verkozen is, kamerlid. Als een kabinet valt voordat de termijn van de Tweede Kamer eindigt, worden er nieuwe verkiezingen uitgeschreven voor de Tweede Kamer.
 
Raad van State
 
De Raad van State is een adviesraad van het kabinet over de constitutionele en juridische aspecten van beleid en wetgeving. Over alle wetten die voor worden gesteld door het kabinet doet de Raad van State advies. Dit advies is niet bindend. Daarnaast is de Raad van State de hoogste rechtbank op een deel van het bestuursrecht.
 
De Raad wordt ex officio voorgezeten door de Koningin. Op dit moment is de kroonprins ook lid. De Koninklijke familie laat echter de dagelijkse gang van zaken over aan de vicevoorzitter en de andere Staatsraden, die juridische experts zijn, met name voormalige ministers, rechters en professoren rechten.
 
Hoge Colleges van Staat
 
De Nederlandse Grondwet kent vijf Hoge Colleges van Staat. Naast de twee Kamers der Staten-Generaal en de Raad van State zijn er de Algemene Rekenkamer en de Nationale Ombudsman. De eerste onderzoekt of besteding van publieke gelden effectief en legitiem is. De Nationale Ombudsman onderzoekt klachten van burgers over overheidsbeleid.
 
Juridisch systeem
 
De rechterlijke macht bestaat uit 19 rechtbanken, vijf gerechtshoven, drie bestuursrechtinstanties: de Centrale Raad van Beroep, het College van beroep voor het bedrijfsleven en de Raad van State, en één Hoge Raad der Nederlanden met 24 raadsleden. Deze laatste is de hoogste instantie voor burgerlijk recht, strafrecht en fiscaal recht. Alle rechters worden voor het leven benoemd door de Kroon. Bijna alle rechters gaan met hun 70e met pensioen. De kantongerechten bestaan niet meer als afzonderlijk gerecht, maar zijn onderdeel van de rechtbanken. De kantonrechter is nu dus rechter in de rechtbank, sector kanton.
 
Sociaal Economische Raad
 
Belangrijke maatschappelijke actoren zijn de sociale partners, met name de vakbonden en de werkgeversorganisaties. Zowel vakbonden als werkgeversorganisaties worden betrokken bij het maken van sociaaleconomisch beleid. De overheid vraagt de Sociaal-Economische Raad regelmatig om advies hierover. Deze raad bestaat uit 11 vertegenwoordigers van vakbonden (FNV, CNV en MHP) en werkgeversorganisaties (LTO, MKB en VNO-NCW). Daarnaast zijn er 11 leden benoemt door de regering, dit zijn professoren economie en de directeuren van het Centraal Planbureau en de De Nederlandsche Bank. In werkgroepen zijn ook vertegenwoordigers van milieu- en consumentenorganisaties vertegenwoordigd. De SER staat ook boven aan een systeem van publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie, die in bepaalde economische sectoren, met name de landbouw zelfregulerend optreedt.
 

 

Andere belangrijke sociale bewegingen zijn de Milieubeweging (Milieudefensie), Greenpeace en Natuurmonumenten.
 
Decentrale overheden
 
De regionale overheid in Nederland wordt gevormd door twaalf provincies. Deze zijn met name verantwoordelijk voor ruimtelijke ordening, gezondheidszorg en recreatie, binnen door de regering vastgestelde grenzen. Zij houden toezicht op het beleid en de financiën van gemeenten en waterschappen. De uitvoerende macht in een provincie ligt bij de Commissaris van de Koningin en het college van Gedeputeerde Staten. De Commissaris van de Koningin wordt benoemd door de regering. De Gedeputeerde Staten worden benoemd door de Provinciale Staten, het parlement van een provincie, waarmee de Gedeputeerde Staten de wetgevende macht delen. De Provinciale Staten worden direct verkozen.
 
De lokale overheid in Nederland wordt gevormd door 441 gemeenten en 27 waterschappen. De gemeenten zijn verantwoordelijk voor onderwijs, ruimtelijke ordening en sociale zekerheid, binnen door de regering en de Provinciale Staten vastgestelde grenzen. De uitvoerende macht in een gemeente ligt bij de burgemeester die samen met de wethouders een College van B&W vormt. De burgemeester wordt benoemd door de regering. De wethouders worden benoemd door de gemeenteraad, het parlement van een gemeente, waarmee de wethouders de wetgevende macht delen. De Gemeenteraden worden direct verkozen. Bij de benoeming van burgemeesters en Commissarissen van Koningin wordt rekening gehouden met de relatieve grootte van partijen.
 
De waterschappen (of hoogheemraadschappen) zijn verantwoordelijk voor de waterstaatszorg in een gebied. De volgende taken worden tot de taken van waterschappen gerekend: De waterkeringzorg, het waterkwantiteitbeheer en het waterkwaliteitbeheer. Daarnaast kunnen om redenen van doelmatigheid ook andere taken aan het waterschap worden toevertrouwd. Voorbeelden daarvan zijn wegenbeheer en vaarwegenbeheer. Waterschappen heffen zelf belasting om hun taken uit te kunnen voeren.
 
Waterschappen worden voorgezeten door een dijkgraaf die door de Kroon wordt benoemd voor een periode van zes jaar. Daarnaast is er net als in gemeenten en provincies een dagelijks bestuur (het college van dijkgraaf en heemraden) en een algemeen bestuur, dat verkozen wordt door de bevolking. Deze verkiezingen vinden plaats door middel van een personenstelsel en niet zoals bij de andere overheden door middel van een lijstenstelsel met politieke partijen.
 
Waterschappen zijn net als de provincies en de gemeenten gedecentraliseerde overheidslichamen. Terwijl provincie en gemeente in principe een onbepaalde taak hebben, ligt de taak van een waterschap uitsluitend op het gebied van de waterstaatszorg. Deze beperking maakt het waterschap tot een lichaam van functionele decentralisatie. Provincie en gemeente worden vormen van territoriale decentralisatie genoemd.
Top 5 gelezen september 2010
25 Werkgroep Cultuur
20 Oog in oog met de provincie
18 Maarten van Rossem
17 ALV 10 maart 2011.
14 ALV 2 juni 2011