Bericht uit Brussel: de Europese Grondwet II
In het Europees Parlement zit ik voor de PvdA onder meer in de landbouwcommissie. Dat is ontzagwekkend gewichtig. En ook: absurd machteloos. Wij kunnen allerlei meningen uiten, veranderingen voorstellen, boos worden of applaudisseren, maar de landbouwministers beslissen over de hoofdlijnen.
Wij kunnen het beleid hooguit beïnvloeden door te dreigen dat we tegen de hele begroting zullen stemmen, en soms helpt dat. Maar we hebben geen medebeslissingsrecht. Mijn voorstellen voor afschaffing van de exportsubsidies halen het nooit. Ook mijn voorstel voor meer hulp aan startende jonge boeren (met wat geld van die exportsubsidies) sneuvelt in een vroeg stadium. Met de Europese grondwet kunnen zulke plannen straks wel overleven. Dan krijgt ons parlement eindelijk volledige medezeggenschap over het landbouwbeleid. Dat gaat, tussen haakjes, over de helft van de Europese begroting, een slordige 45 miljard euro. Europa wordt met deze grondwet dus eindelijk een stuk democratischer. Dat was hoog tijd.
Vijftig jaar geleden kwam het industriële Europa van kolen en staal, en daarna kwam de economische samenwerking. Het financiële Europa volgde met de euro - maar waar bleef nu eigenlijk het democratische Europa? De grondleggers hebben daar nooit haast mee gemaakt, hoewel vele parlementariërs er een halve eeuw geleden al voor hebben gepleit. Europese verdragen werden vroeger altijd opgesteld door regeringen, en die hielden het parlement graag op afstand zodra het om de grote belangen ging en het grote geld. Dat is met dit verdrag voor het eerst doorbroken en daarmee breekt een nieuwe fase aan voor Europa. In de Conventie die de grondwet schreef zaten meer volksvertegenwoordigers dan regeringsvertegenwoordigers. Het effect is onmiddelijk zichtbaar. Het Europees Parlement krijgt medebeslissingsrecht over vrijwel elk beleidsterrein waar Brussel zich mee bezighoudt. Van landbouw tot energievraagstukken, van asiel en immigratie tot consumentenbescherming, van vervoer tot de openbaarheid van Europese documenten. Dat zijn allemaal nieuwe gebieden waarover we nu nog geen of bijna geen zeggenschap hebben. Dat verandert en zo hoort het ook.
Er zijn problemen die we niet als land alleen kunnen oplossen. Eenheid maakt macht, daarom hebben we een Europese Unie. Maar waar macht is, moet ook democratische controle zijn. Deze grote stap vooruit is op zichzelf al meer dan voldoende reden om voor de grondwet te zijn. Vanuit PvdA-optiek zet dit nieuwe verdrag nog vele andere stappen vooruit, en geen enkele stap achteruit. Er komt veel meer democratische invloed op de totstandkoming van regels, maar ook achteraf. Het Europees parlement zal straks ook individuele eurocommissarissen ter verantwoording kunnen roepen over de uitvoering van Europees beleid. Dat is hard nodig, in de strijd tegen overbodige regels en bureaucratie.
Bij alle debatten die ik voer in deze campagne word ik daarom nogal treurig als ik tegenstanders hoor zeggen dat ze tegen zullen stemmen, omdat Europa zo ondemocratisch is. Ja, zeg ik dan, ga fijn tegen stemmen. Laat vooral de kans schieten om de democratie te laten groeien, precies op het moment dat je op 1 juni juist de mogelijkheid hebt om Europa in één klap een heel stuk te democratiseren. Die redenering van de anti's gaat mijn pet verre te boven.Nee, is hun haastige antwoord, deze democratisering gaat nog niet ver genoeg. Het is voor de anti's ook niet belangrijk dat de nationale parlementen eindelijk meer zicht krijgen op onderhandelingen van hun eigen ministers in Brussel - want die worden straks openbaar. Einde achterkamertjes, zou ik zeggen, maar nee, het is voor anti-europeanen niet en nooit genoeg. Nee, klinkt het dan, het Europees Parlement krijgt nog geen medebeslissingsrecht over buitenlandse zaken, defensie, sociale zaken en belastingkwesties. Klopt. Maar is dat dan echt wat we willen? Als het Europees Parlement medebeslissingsrecht krijgt, dan geven de lidstaten tegelijkertijd hun vetorecht op. Willen wij werkelijk Europa in meerderheid laten beslissen over onze sociale zekerheid, over onze belastingen, over inzet van onze soldaten? Laten we in kwesties van leven en dood de EU in meerderheid beslissen? Ik denk het niet. Dit zijn precies de zaken waar elke lidstaat zelf het laatste woord wil houden. Dat moet vooral zo blijven. Misschien gaan we daar later nog eens anders over denken, dat kan best. Dan veranderen we dit verdrag weer, zoals we alle eerdere Europese verdragen hebben veranderd, telkens met die ingewikkelde procedure: unanieme regeringsleiders plus unanieme goedkeuring in hun landen, al dan niet via referenda. Tot die tijd is dit de grens.
Het Europees Parlement beslist straks wel mee over bijna alle zaken die we samen in Brussel willen regelen. Dat is een van de punten waar de we in onze verkiezingscampagne in 2004 voor stonden. Nu kan dat werkelijkheid worden. Europa neemt dan eindelijk besluiten met de steun van een meerderheid van de Europeanen.