Groningen verdient Nationaal Plan Aardbevingen!

Zeeland kreeg een Deltaplan, Gelderland verdiende een nationaal plan voor veilige rivierdijken, en Groningen krijgt enkel… een aardbeving-coördinator. Waarom geen nationale steun voor Groningen?

 

Na de watersnoodramp van 1953 kwam het Nationaal Deltaplan. Na de dreigende overstromingen van de grote rivieren in de jaren 90 kwam het Nationaal Investeringsplan ’Ruimte voor de rivier’. Na de aardbevingen in Groningen is er nog steeds geen nationaal plan. Alleen een coördinator.

Boodschap aan bestuurders
Er is nu geen werkend plan dat de problemen van de gaswinningsramp aanpakt. Morgen, 6 december zit het gemeentebestuur van Groningen aan tafel voor een belangrijk overleg met de Rijksoverheid. PvdA-fractievoorzitter Sebastiaan Ruddijs vindt dat Groningse bestuurders daar een werkend nationaal plan moeten eisen. De Nederlandse regering mag de aardbevingsproblemen niet langer afdoen met pappen en nathouden.

‘Zeeland en het Rivierengebied kregen terecht nationale steun om de veiligheid in die delen van Nederland te garanderen. Waarom krijgt Groningen dat niet?’, vraagt waarnemend PvdA-fractievoorzitter Sebastiaan Ruddijs. ‘Heel simpel: waar blijft een goede schadeafhandelingsregeling, een goede nieuwbouwregeling en een succesvolle versterking van kwetsbare gebouwen? De huidige regelingen en afspraken lopen vast in bureaucratie, onmacht en gebrek aan geld. Waarom krijgt Nederland dit voor Groningen niet voor elkaar? En waarom lukte dit voor Zeeland en het Rivierengebied wel?’

Schadeherstellen, bouwen en betalen!
Er is nog veel onduidelijk en dus is er geen meerjarenprogramma, zo erkent de Nationaal Coördinator Groningen (NCG). Er is een nieuw kabinet met een nieuwe minister, de Raad van State heeft het Gasbesluit vernietigd en er is verwarring over gemaakte afspraken. De vergadering van 6 december kan daar een einde aan maken en de weg vrijmaken voor snelle actie. De tijd van praten is nu wel voorbij, vindt Ruddijs. ‘Wij willen bouwen zoals in elke andere Nederlandse stad en niet langer onder curatele staan van de NAM.’