Psychiatrische zorg betrekken bij aanpak woonoverlast

Wat is er gebeurd met het Groninger escalatiemodel tegen woonoverlast? De gemeenteraad gaf eerder brede steun aan dit PvdA-plan, maar het gemeentebestuur lijkt eraan voorbij te gaan in het nieuwe jaarplan integrale veiligheid. ‘Wij willen het escalatiemodel juist uitbreiden naar zorgaanbieders, zodat we beter overlast van verwarde personen kunnen tegengaan’, zegt PvdA-raadslid Maarten van der Laan.

Maarten van der Laan

Hoe maken we Groningen veiliger? Gemeenteraadsleden mogen het woensdag zeggen. De middelen zijn beperkt, dus moeten we keuzes maken. ‘De PvdA kiest voor veilige en schone buurten’, zegt raadslid Maarten van der Laan. ‘Zonder drugs- en woonoverlast. Met nette en goed verlichte straten en pleinen waar iedereen zich veilig voelt.’

Goed wonen
Het gemeentebestuur investeert fors in een veilige wijken en dorpen. Daar is de PvdA erg blij mee. ‘Wij vinden dat iedereen in onze gemeente goed moet kunnen wonen. Goed wonen begint natuurlijk bij een veilig gevoel in je huis en je buurt’, zegt Van der Laan, die eerder brede steun kreeg van de gemeenteraad voor zijn aanpak van woonoverlast. Onderdeel hiervan is een escalatiemodel: hoe ernstiger de overlast, hoe strenger de sancties.

Van dit model ziet Van der Laan weinig terug in jaarplan integrale veiligheid. ‘Welke conclusie moeten we hieruit trekken?’, vraagt hij zich af. ‘Stapt het gemeentebestuur van de aanpak af? Of zit het inmiddels in de haarvaten van beleid en handhaving en wordt het om die reden niet meer apart benoemd? Hierover willen we graag duidelijkheid.’

Verwarde personen
Het escalatiemodel zomaar afschrijven ziet de PvdA niet zitten. Sterker, Van der Laan wil het uitbreiden richting instellingen voor psychiatrische zorg. ‘We zien geregeld dat woonoverlast wordt veroorzaakt door verwarde personen. Een snelle en goede aanpak is beter voor de buurt en voor de persoon in kwestie. Als gemeente kun je dit echter niet alleen organiseren. Je moet samenwerken met zorgpartijen. Wij vragen het gemeentebestuur om hiervoor de mogelijkheden te verkennen.’